Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

348 Leerrede over het zalige van Gods

eene volmaakte geregtigheid aangebragt, die aan de uitverkoorene des Vaders om niet wordt gefchonken , waar door alle hunne ongeregtigheden worden bedekt, waar door zij in Gods gunst herfteld, volkomen met God verzoend worden, en een nieuw geestelijk leven verkrijgen, het geen hier in waare heiligheid werkzaam is, terwijl het bij den dood uitloopt in een eeuwig zalig, leven. Dit offer , deze geregtigheid van Jefus werkte reeds , voor dat dezelve daadelijk was aangebragt. Afaph en alle de geloovigen des ouden verbonds wierden nabij God gebragt door deze geregtigheid van den Mesfias. Alle geloovigen hebben het aan de offerhande van Jefus , aan zijne geregtigheid alleen te danken, dat zij nabij den Heere zijn, dat is , dat zij in Gods gunst herfteld zijn , en deel hebben aan zijne zalige gemeenfchap.

Het zal nu niet moeilijk zijn, om eenigzins te bevatten, wat het is , nabij God te zijn. Dit beteekent in het gemeen, in den uitgeftrektften zin, door Christus Jefus in een verzoenden ftaat met God, in de gunst van God te leeven, en daadelijk gemeenfchap met God te oeffenenr zijne liefderijke tegenwoordigheid , duidelijke openbaaringen zijner Heerlijkheid eri Liefde in Christus Jefus aanionze zielen te ondervinden.

Gelijk in de eerfte plaats , die gene verre zijn van God, die zijne gunst misfen en in een onverzoenden ftaat met Hem leeven, zo zijn die gene nabij God, wejke door Christus Jefus in de gunst van God herfteld en met Hem verzoend zijn, zij

zijn

Sluiten