Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG. 23

Ha! zegt nu de blijde vader, Stappende den jongen nader:

Schreeuwen — kraaijen is zijn' taal.

Wijf! hij Haat voor de eerfte maal! — Voor het eerst om zijnen vader! — Ja! wie is op aard hem nader? —

In mijne armen, aan mijn hart. .. Fierheid flonkert hem uit de oogen. Voel, hoe wordt dat hart bewoogen.

Oog en hart fpclt Held of Bard. —

Kind'ren, Wijf! komt voor den jongen 't Lied van d'ouden Bard gezongen;

Hoe in lang voorleeden tijd

Vader Bato toog ten ftrijd. Één der knaapen, daar gezeten, Zegt het flot dan niet vergeeten,

Hoe wij, even fier en koen, Dorst men, over deeze ftroomen, Ons vijandig nader komen,

't Zelfde, als Bato, zouden doen. B 4

Sluiten