Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JENNIJ LILLE. 3t

jennij.

Woeste Krijgsman!... en gij waant dat de ilem van een mensch genoeg is om mij te doen beeven? Gaa, mijn hart is hooger geplaatst dan het uwe, dewijl ik de leerfchool des misdrijfs nog niet bezocht hebbe. Beproef mijnen Echtgenoot te redden, en mij de ftraf der verraders in zijne plaats te doen ondergaan; gij zult zien of ik mijne onfchuld heb; zien met welk eene fierheid ik het fchavot beklimmen zal! ... De Echtgenoote van sijdnei vreest God en de fchande; maar zij waant zich gefchapen om dwingelanden te tarten!

de kolonel.

Aanbiddelijke Onftuimige! ik ken mij groot genoeg om u deezen avond zo veele beledigingen te vergeven.... deezen avond

Jennij vertrekt, met de woede in de oogen, en met den dood in den boezem. Zij begeeft zich eerst naar het boschje, dat de getuige haarer laatfte ceden geweest was, en zich daar op de knieën werpende: „ Oppedle Beflisfer mijner dagen, roept ze uit, ik wijte u mijne rampfpocden niet; — on-

ge-

Sluiten