is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee verhandelingen van Frederik van der Mye [...] over de heerschende volksziektens te Breda, ten tyde van het beleg.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C <& j

niet tot rypheid gekomen was ,• ook de ylhoofdigheid, die by de pest gemeenzaam was, wanneer dezelve hier met de maandftonden famenliep, lleepte den grootften rampfpoed en dikwyls den dood met zich. Men zie wat Hïppocrates *) ten dien aanziene zegt. Om die reden waren de maandftonden in deezen tyd voor veele nutteloos, even als het bloeden uit den neus in den zomer, en zulks nog des te meer, daar, wegens den heerfchenden hongersnood, de verzwakte natuur van deeze, anderszints zoo nuttige, ontlasting afkeerig was; immers wy worden van onze fappen gevoed en leeven van dezelve, hoe bedorven zy dan ook zyn moogen. Maar waarom vinden wy dit by Senex f) anders? want by denzelven zyn geene vrouwen, die de maandftonden behoorlyk kreegen, geftorven, noch ook dezulke, die naar boven door den neus of anderszints bloed loosden. Waarom? Daar heerschte geen hongersnood, de pest ftondt ftil, en de gefteldheid van wind en weder verfchilde het geheele jaar door merkelyk van de onze.

Het water was dik, overvloedig, JJymig {vettig ). Daar de bedorven fappen naar de nieren te rug vloeiden, was het water dik en overvloedig, de lever, die in dit jaargetyde boven alle andere

dee-

* ) Aphor. Sect. V. 56.

t) Epidem. 1. Sect. 3. Aeg. 14*