Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZANGSPEL.

2?

11 EOWlGi

Als hem maar geen ongeluk is bejegend: ik heb hem naar de molenfteeg zien gaan.

FELSENBERG.

Wellicht is hy zo iufchikkelyk dat hy in het water bruid." Dan zyt gy van hem ontllagen.

HEDWIG.

Foei! fchaam u!

FELSENBERG. *

Gy zond juist de eerste vrouw niet zyn, wier man zo recht ter fneê was verdronken. (Jlet word meer en meer donker.)

DERTIENDE T O O N E E L.

DE VOORIGEN, HANS.

HANS, ter zyde. jMLrgen is het hangllot klaar! - en dan zal ik — (rïv wil in huis gaan , doch word Felfenberg en Hedwig ge. waar.') Wat? zie ik wel? ja! zo waar als ik leef! daar ftaat myn dierbre wederhelft en babbelt weêr met myn» heer den Luitenant. Na zal ik oogenhliklyk myn' zwager roepen , dan kan hy zich zeiven overtuigen, hoe onfchuldig zyne lieve zuster is. (/ƒ/ wil in het fo^ ^aan,~)

VE E 2?-

Sluiten