Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46 Het wreede Vermaak.

my eenige traanen, en myn hart wierd gevoelig getroffen , zo dikwils ik myne oogen op het overweldigde beest, of deszelfs jammerend huisgezin floeg; dan ik geloof, dat ik alléén op zodanig eene wyze , deeze vertooning befchouwdc; want allen die rontfom my waren, vonden 'er nieuwe (lof tot vermaak in; iedere pooging van het benaauwde beest, om uit het geweld zyns overvallers te geraaken; iedere fchreeuw van het angliig huisgezin, deed de menigte , in een onbarmhartig , en voor de menschlykheid zo hoonend gelach, uitbarsten.

Eindïlvk wierd de ter dood verordende gans, naar de martelplaats gebragt, en tot een begin zyner aanflaande finarten,in demandgezet, met den kop om laag, die derhalven tot

het einde van den hals daar uit hing. Nu

hoopte ik eenig mededoogen op de aangezichten der omuanders te zullen leezen; ik zag in het rond, — maar neen , de algemeene vreugd bleef duuren, en men poogde dezelve te doen (tand houden, door een onophoudelyk plengoffer te (lonen. Dit gefchièd zekerlyk,

zeide ik tot my zeiven, om dat men verleegen is, dat het gezicht der nu begonnene wreed-

he-

Sluiten