Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het wreede Vermaak. 47

heden, het hart zou treffen, en gewis rekend

men zulks voor fchande. óWreedaarts! de

verachting van alle redelyke wezens ten hoogften waardig; wendt uwe oogen van my af, op dat ik, zonder ten voorwerp uwer befpotting te verdrckken, myne traanen onverhinderd kan

laaten vloeijen. Ik ging wat achterwaards,

om myne ontroering te verbergen, maar een vervaarlyk gedringen gefchreeuw , maakte myne aandacht welhaast weder gaande. Ik keerde my om , en zag één van die beulen, welken, beurt om beurt, eene poging moeden doen, om het ongelukkig beest te moorden ; hy was geblinddoekt; hield een fchitterenden fabel in zyne hand, liep met voorzichtige (lappen naar

het voorwerp zyner moordlust; en nu

denkende op de rechte plaats te weezen,doeg hy met een eisfelyken vaart toe, en trof het worltelende dier, ten minden zó gewis, dat hy een klein gedeelte zyner nebben wegnam. Ik fchrikte, en myn medelyden maakte plaats voor de gramfchap, die ik, by gedachten, met duizend verachtingen op den onmedogenden beul uttdortte. — Ik verfoeide het kletterend ge. fchater der menigte, over het toebrengen van zulk een vionderlykcn flag, zo als men het

nosm-

Sluiten