is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichtpoogingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90 LIERZANG.

Gelijk gij, op de ontrouwe golven,

Als duisternis de klippen dekt, Den zeeman tot getrouwe gidfen

Naer 't lieve vaderland verftrekt: Zo vest de pelgrim, in dit leven, Die op een pad, met nacht omgeeven,

Veriaeten omdoolt, eenzaem fchreit, Op uwen loop de fcheemrende oogen, En ziet, aen uwe onmcetbre boogen-, De haven zijner zaligheid!

Gevoeligen, voor wien, op aerde,

De lente fchaers een roosje kweekt; Maer die den weg van uw beftemming,

Met bloed befproeit, met tracnen weekt !• 6, Laet de moed u niet ontzinken! Daér, waer gij Jupiter ziet blinken,

En de avondftar u tegenlagcht, Ziet gij de grenzen van uw lijden; Daér zult ge u in uw lot verblijden;

Daér is de lange reis volbragt!

Daer „•