is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36 EERSTE SAAMENSPRAAK

Alc. Gy, groote verdediger van den Paralelismus! Maar fchoon het oor daar aan gewoon worde, hoe gaat het met het verftand? Dit immers wordt fteeds te rug gehouden, en komt niet verder.

Eut. Voor het verftand alleen dicht de Poëzie niet, maar eerst en voornaamlyk om aandoening te verwekken; en hoe dienftig is daar toe de ParaHelismus! Zo dra het hart zig uitflort, ftroomt bron by bron; en dat is ParaHelismus. Het heeft nooit uitgefproken, het heeft altyd nog wat te zeggen. Zodra de eerfte ftroom zachtclyk ophoudt, of zig prachtig tegen rotfen breekt, komt een tweede te voorfchyn. De Pofs - flag der Natuur, die de ademhaaling der aandoening is, heeft in alle hartstochtelyke reden plaats, en gy wilt die niet in de Poëzie, die evenwel de eigen! yke taal der hartstochten is!

Alc En wanneer zy dan de taal van het verftand wil zyn ? en moet zyn ?

Eut. Dan draait zy het' beeld, en toont het van de tegenzyde; zy keert de fpreuk om, en Verklaart dezelve, of drukt haar in 't harte; Weder