is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

160 VIERDE SAAMENSPRAAK

ÖSSIANS AANSPRAAK aan de ONDERGAANDE ZON,

Hebt gy uwen blauwen loop (a ) verlaten, goudhairige Hemels-zoon? Het Westen heeft zyne poorten geopend ? Daar is het bed van uwe rust.

De Golven komen om uwe fchoonheid te aanfchouWen;

Zy heffen haare fidderende hoofden op;

Zy zien u in uwen zachten flaap,

en fidderen weg van vrees.

Rust uit in uw fchaduw - verblyf, ó Zonne,

En last uwe wederkomst in vreugde zyn;

ïl

Aan de UCHTEND-ZON.

O gy, die daar boven rolt, rond, gelyk myns vaders fchild Vaiï waar komen uwe ftraalen, ó Zon ?

uw

(«) loop is by Osfian , gelyk ook in de Pfalmen, het gebtuiklyk woord voor de u a a d e n der Helden.