is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i88 VYFDE SAAMENSPRAAK

„ In het htndfchap Aufitis, aan de grenzen van „ Idumea en Arabie. heeft Hiob geleefd; Zyn „ naam was Jobab ; Hy Ramde van Vaders kant „ uit de kinderen van Efau, de vyfde van Abra„ ham. De Koningen van Edom namelyk wa„ renBalak, de zoon van Beor, Jobab, die Job „ genaamd wordt, enz. De vrienden, die tot „ hem kwamen, waren Eliphas, een Edomiec, „ Vorst van Theman, Baldad, Emir van Suah, „ Zophar, Koning der Minders. " Geheel uie de lucht gevallen is dit bericht niet, terwyl 'er niets in het boek is, dat daar medeftrydt, fchoon men aan den anderen kant ook zou kunnen zeggen , dat het uit de gelykheid van den klank in den naam Job en Jobab ontflaan, en dus alleenlyk op het geflacht-register der Edomiten by Mofes gegrond, is. Zeekerheid zullen wy in zaaken van zo hoogen ouderdom nooit bekomen. Ook is het tot verftand van het boek niet noodig.

Alc Houdt gy dan de hiflorifche inleiding even oud als de gedichten?

Eut. Zomtyds heb ik daar aan getwyffeld, doch ik vond ook myne twyffeling ongegrond.

De