Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de HEBREEUWSCHE POËZIE. 2^

Verandert, met der jaaren vlucht, zelfs niet de Hemel ? Verandere niet uw Sinaï? Waar liggen zy, die Tafelen, welken uwe God u fchreef? licgraven zyn zy, daar God u begroef.' —

Zie ik daar niet eene andere ruimere Tent? De Onzichtbaare woont niet meer in donkerheid! Hy fchittert op des verhevenfien Propheeten aangezicht ! En voor hem vlamt het zevenarmige licht, des geestesoog, gezant dqor de geheele wereld. En voor hem waasfemt zoete rook, (Gebed der Heiligen) en daar buiten vliedt der onreine zondaaren ontzondiging, verzoening- bloed.

Wie i.s 't ? wie waagt het in te gaan

in 'c Heilige? in 't Heilige der Heiligen?

bekleed met de klederen der onfchuld,

verfiert op zyn voorhoofd met heiligheid

van Jehovah? Wien vlamt op de borst,

in twaalf der cdelfte gefteenten, Licht en Gerechtigheid?

Wie verhaast zyn tred als hy Jehovah hoort, op dat hy op hem nederzie en hem begenadige ? Die trede toe, «n werpc zig neder voor God!

O 5 VYF-

Sluiten