Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

©ver de HEBREEUWSCHE POËZIE. 13

en hy leidt hem aan eene derde plaats, op de hoogte van den Peor, die tegen de woestyn Hitblikt. Na gebouwde-altaaren, en geofferde offerhanden , gaat de waarzegger niet verder orri' voorfpellingen te zoeken; Hy verheft zyne oogen, en ziet Israël naar zyne ftammen gelegerd; Hy raakt in geestvervoering, vangt zyne fpreuken aan, en zegt:

Zo"fpreekt Bileam, Beors zoon! zo fpreekt de man, wiens oog open is; zo fpreekt de hoorer van godlyke uitfpraaken, die her. gezicht des Machtigen ziet, en neder vale, en ziet met open oog.

Hoe fchoon zyn uwe tenten, Jacob? En uwe wooningen , .Israël! Gelyk ftroomen zig uitbreiden, als tuinen aan den vloed, gelyk Aloës van God geplant, als Ceders aan 't water! Wateren vloeijefi uit zyne bronnen voort, en veele ftroomen zullen hem tot zoonen zyn: Hóoger dan Agag zal zyn koning worden, en hoogberoemd zyu Ryk.

God

Sluiten