Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ovm de HEBREEUWSCHE.POËZIE. 225

geene fchade, geen verlies , in onze weiden zyn

mogen!

'G-iukkig het volk, wien het zo gaat!

Gelukkig het volk, 't welk zyn Jehovah zegent. —;

Met den Giften Pfalm is het eveneens; Van kryg - wenfcben gaat de dichter tot land-wenfchen over. Welk een fchoon beeld is het, als de Harder Israëls, die ten kryg wordt opgeroepen, zyn volk weidt, gelyk in den 80/ien Pf, ■

Imt.cIs Harder, verneem, die Jufcph leidt, gelyk een Harderde kudden, Gy God, die boven de Cherubim throont, Laat uw aangezicht glanzen voor Ephraim, en Benjamin en Manasfe; Doe uwe kracht ontwaaken, en kom te hulp onsj o God verkwik ons weder, laat uw aangezicht glanzen, zo is onze hulpe daaf»

Jehovah , Heer der Zcbaoth 1

Hoe lang rookt uwe grimmigheid by des volks fmes-

ken?

Gy

O) Pf. LX XX, . UI. Dan. P

Sluiten