Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dl Gebewtenisfen in f787 enz. von gevallen* «3

Stukken nog 'oetrékkélyk de zaak van den Heer B. Voorda (";), loopende van N->. ^079 tot 3086 ingeflooten.

No. 3079. Extraiï uit de Refolu'ien van de Heeren Staaten van Heiland en West-Friesland van den 15 January 1789, betreknelyk het hier bygevoegdt Bericht van den Reclor en Senaat der Univerfiuit

l te Leydenin de zaak van Mr. B. Voorda.

Ontfangen eene Misfive van Rector en Senaatvan Hun Ed. Groot Mogenden Uoiverfiteit te Leyden, gefchreeven aldaar den ioden dezer, houdende derzelver bezwaaren over de fustenue in het bericht van Curateuren over de voorfchreeven Univerfiteit en Burgemeesteren der gemelde Stad, den I2dea December laatstleeden ter Vergadering van Huq Ed. Groot Mogenden ingekomen, op de Requéste van Mr. Bavius Voorda, federt drie en twiDtig jaaren Hoog Leeraar in het Roomsch en Hedendaagsch Recht aan dezelve Univerfiteit, doch by Refolutie van Curateuren en Burgemeesteren van den I September 1788 van dien post verbaten; beftaande die fustenue daar in, dat Curateuren en Burgemeesteren voornoemd, zouden- de faculteit hebben om Profesforen te dimitteeren; dan het welk zy begreepen,te ftryden tegen de conventie of het accoord volgens het 4de Art. der Statuten, en vervolgens op de gelegde gronden in de navol* gende Misfive; verzoekende dat Hun Ed. Groos Mogenden tot wegneeming hunner bekommering, zoodaanige voorziening geliefden te doen , d3t voorfchreeven fustenue van Curateuren en Burgemeesteren door Hun Ed. Grooc Mogenden fantHe niet worde gewettigd.

Ede-

(*) Zie de Stukken daar deze ten vervolge van ftrekfcen, 'in het X. Deel dszer Verzameling, bladz. 118—-163. B 4

Sluiten