Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dé Geleurtenisfen in 1787 enzl voorgevallen. 237

eh op de aller folemnêelfte wyze gedeclareerd heb* ben, dat, noch de Republyk, noch deze Provincie, beftaan konde; zonder te gewaagen van de kleinachting, welke hier uit natuurlyk moet werden gebracht op die waardigheid, waar in de Hooge Rechten van Hun Ed. Gr. Mogenden zelve door ons worden waargeno'omen, en de Majestas Publica in hunne plaats op eene erffelyke overgifte bekleed.

Moeten wy niet rriet réden bedügt zyn, dat de zaaken op die wyze voortgaande, en fommige Leden elkanders Stedelyke en byzondere interesfen door onderlinge onderfteuning en vereeniging boven alles verheffende, wel haast, niet anders dan de naam van Stadhouder dezer Provincie aan ons zal worden overgelaaten, en dat de effective werking, invloed en gezag, zoo onontbeerlyk ter bevordering van de algemeene belangens, en zoo plechtig voor ons en onze Nakomelingen aan deze onze waardigheid vastgemaakt, daar aan zal worden onttrokken, terwyl de gevolgen, welke hier uit moeten gebooren worden, niet anders dan hoogstgevaarlyk voor den Lande kunnen wezen; verbreeking van alle de banden van vereeniging, eene gehèel'e ophouding van de hoogstnoodige Communicatie en verftandhouding tusfchen de Leden der hooge Regeering en ons, en vernietiging van de eer en luister van diéjzelfde waardigheid, diewy voor den Lande, voor ons en voor onze Kinderen, onder zoo duure verplichting en zorge moeten custodieeren en befchermen, moeten de eerste vrugten zyn van de werkeloosheid onzer voorfchreeven gerechtigheden en plichten, welke wederom zullen te faamen gaan met allerleije toeneemende Factiën en Cabaalen in de refpective Steden, zoo dat, in plaatfe van eene goede orde te obferveeren, en de eere der Magiftrature zoo veel mooglyk in alle deszelfs Leden te doen refpecteeren, eene groote of mindere meerderheid het beftier van alles naar hun welbehaagen, en ter uitbreiding van huaue authoriteit

en

Sluiten