Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ie Gebeurtenis/en in 178? enz. Vöorgevdléfl. 237

Aiet kan worden betwist, dat de delatie van het voorfz. recht daar by aan Prins Hendrik Frederik gedaan, niet gefchied is alleen aan deszelfs Ferfoon, of uit eenige confideratien 4 tot hem in het particulier relatief zynde, neen maar ter contrarie aan de waardigheid zelve, by hem bekleed wordende, en alzoo aan hem, en, zoo als de woorden zelve zulks medebrengen aan de Stadhouders in der tyd; zulks dat alle Opvolgers van gemelden Fnns in die digniteit en even daaromme ook wy zeiven daar door, dat zy met het Stadhouderfchap zyn bekleed geworden, een wettig recht en aanipraaK daar toe bekomen hebben, welk jut acquifitum eenmaal alzoo by den Stadhouder verkregen zynde, aan denzei ven niet meer betwist, of zonder onrecht onthouden kan worden, ten ware op eene even duidelyke wyze aangetoond konde worden* dat het zelve recht by vervolg van tyden van het Stadhouderfchap zoude zyn gefepareerd, en dat in een Stadhouderlyke epoque ü Edele Groot Mogenden t'eeniger tyd, des Stadhouders recht m zoo verre zouden hebben willen verminderen, en daadelyk verminderd zouden hebben.

Doch het is 'er zoo verre van daan, dat wy ten vollen overtuigd zyn, en U Ed. Groot Mogenden vermeenen evidentelyk te kunnen overtuigen, dat eene diergelyke feparatie en vermindering nimmer gefchied is, dat zulks nooit de meening noch intentie of het doelwit geweest is dier Octroijen, waar uit de Vertooners zulks by hunne jegenswoordige Requeste trachten te deduceeren, en dat ter contrarie dit recht federt altoos aan alle Stadhouders zonder eenige twyffeling is toegekend, en by hun geoefFend is geworden; het welk eens vast* ftaande, daar uit ook teffens volgen moet, dat de in den jaare 1626 eenmaal voor altoos aan den Stadhouder in der tyd gedaane delatie thands nog in haare volle kracht fuböfteert, en voor ons, en onze Opvolgers, oplevert eenen allerwettigflen en onwraakbaaren tkul tot het voorfz. recht van Eleflie. Dac

Sluiten