Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3° Verhandeling over de

dan de kennis die elk van 'r inwendig geitel van een Schip dat men dagelyks van binnen zien kan, heeft. Mendenke hier aan den tweeden Regel. Had de Dichter , in een om-e keerd geval, het geftel van 'smenfchen ligchaam,door de houte ribben uit de kiel van een Schip enz. aangetoondhy zou myns inziens beter doel gefchooten hebben. '

Joannes de Boetgezant: Boek V. Bladz. 93. ' Dan Sleigerde dan fcheen de zang het op te geeven' Gelyk het nachtlicht in de pyp brant, dan verheven Opflackert, dan bezwykt, en, deerlyk afgepynt Den geest geeft met een'fnick en bliek, en flux verdwynt.

De ftem van de zingende Heromas, wordt in des zelfs leiding, hier zeer wel vergeleeken by een Nachtlicht datindepyp brand, en beurtelings een verheven en flaauw licht verfpreidt. Op dezelve wyze, vergelykt hy eenige verzen eerder , het geestig flingeren van haar voeten , en 't fchakeeren van haar vingeren op de luit den zin uitbeeldende van de woorden. ' Gelyk de regenboogh, met veelerhande verven, Die hier voortrteken, daer verjehieten, en verfterven. Zo ook ontleend hy van de muziek, in het zesde Boek: Bladz. na.

Hoe Joannes ziel, veel zielen zonder dwangk, Op eenen oogenblick, eenftemmig kon vergaêren: Gelyk een meesters hant veel keelen, veele fnae'ren • Door 't houden van de moet vereenight in 't gemeen Een Jlryt van klancken, zoet gefmolttn onder een.' Uit de aangevoerde voorbeelden zal men genoeg, zaam kunnen opmaaken, hoe wel eene gelykenisfe der Dichtkunfte te ftade komt; wanneer dezelve goed gekozen en volgens de opgegeevene regelen behandeld

wordt.

Sluiten