Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEDENDICHTEN. gr

Mogt du uw droeve zoon, met regt, veronderftellea, )

Dat gij dien Middelaer voor uw' Verlosfer kent, Dan zou Bathyllus zich niet meer om Mentor kwellen, Doch hoe vind' nu zijn ziel het eind' van hare elend'! Ik hoorde u nimmer van dien zielen Bruigom fpreken, Dit doet mij duchten dat ge u niet met hem bemoeit: Uw liefde tot dien held ware anders mij gebleken ,

Dewijl van 't volle hart' de mond fteeds overvloeit! Zijt niet, om mijnent wil , met teedre.zorg' beladen

Om uw' geringen fchat, bij mij, om u, geacht; 'Hij, die op Jefus bouwt, kan geld en goed verfmaden,"

Verzekerd van zijn deel, dat hem hier boven wagt. Ik wensch, op Mentors fpoor, nooit de armoê te onderdrukken^

Hoe min ik ook bezitt', zij deele iets van mijn goedj Doch hare erkentenis zal ons op 't hoogst verrukken,

Wen onze hand dit werk alleen om Jefus doet! Hij heeft de fchaemlen ons in zijne plaets' gelaten,

En trekt hun zaek zich aen , als of 't hem zelf betrof, Die hen dus onderdrukt moet ook den Heiland haten, En zal zijn' God nooit zien in 't juigchend hemelhof!

Gij

Sluiten