is toegevoegd aan uw favorieten.

'sWerelts begin, midden, eynde, beslooten in den trou-ring, met den proef-steen. Van den zelven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE GETROUT. 189

Dat is een oude Wet, gebout op goede reden, En menigmaal gebruikt in al de naafte lieden. Het Recht is over al van goedertieren aard, Alwaar dat twyftel is daar word een menfch gefpaart. Wel aan, ons oud gebruik heeft u en my gegeven, • Dataanditfchuldig hooft mag werden yoOr-gefchreven, Het leven of de dnod, na dat het ons behaagt, En wat 'er zal gefchien dat word hier nu gevraagt. Gy zegt met vollen mond: De fchender dient te derven i En ik in tegendeel: hy mnet het leven erven. Zoo is dan tuflchen ons een wonder harden ftryd, Dies is Menander los en van de dood bevryd. Wat is 'er meer te doen? wat is 'er meer te zcgggen? Wat hoefik wederom u grond te wederleggen? lk wil het echte bed dat Ryken. doet bcïtaaa; En gy het bloedig zweerd dat landen doet vergaan. Wel aan dan tot befluit, ik zal een einde maken, Hier is na myn begryp, hier is wel uit te raken. Gy, wat ik bidden mag, doet hier, 6 wyzen Riadl Het befte voor de Stad, en 't nu the voor de Staat. Zoo haaft Jokafte zweeg, men zag de lieden woelen, Schier ieder, zo het fcheen, is anders van gevoelen. • 'd'Een houd het met de Maagd diemet haar tongeftak;

nnuanaer metuetviaaga, aie voor den |onkerlprak. Te midden uit den hoop daar quam een ftemme ryzen , Die wou, gelyk het fcheen, het lchuldig ho./ft ver wyzen. Brengwakker(wasdenroep;brenghiercenbloedigz weert,

Wie jonge Maagden fcherjd en is geen leven weerd Een ander wederom, die anders was genegen;, Die toont wat hy gevoelt, en roept 'er tierig tegen:-

Onthoudu,wreede beul, hier dient geen hange man;

Hier is een ruftig quant, die vrouwen dienen kan. Hier op zoo gaat de Wet de hoofden t'zamen Heken, ; En in een ander zaal van dezen handel fpreuen,

Hier word in allen ernft ten nauften overleid,

Wat dat 'er is gedaan, en wat 'er is gezeid. Na lang en veel beraads, Tryphofe werd geprezen, Jokafte niet te min den Vryer toe-gewezen.

P 5 Doch