Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN R H Ö D O P I S. 481

Wel aan, ik laat. het volk haar eigen vuil ontdekken, En leggen voor het oog haar omekende vlekken, Ik wil (wat my belangt) maar brengen ann den dag, Dat u naaukeurig hert tot -mywaarts trekken mag. De geeflcn die den aard van alle Konllen weten, Die hellen nevens een de Schilders en Poëten; Want dat een Schilder trekt is ftomme Poëzy, En als een Dichter werkt dan fpreekt de Schildery. Haar beider Konden flrekt de wereld tot vermaken, En doet aan Princen zelfs een droeven geelt ontwaken: Maar tuffchen hen nog-ans daar vind'ik een vefchil, Dat ik, eerbaare Maagd, hier openbaren wil: Wat is eens Dichters werk I Hy leert de woorde: danzen, En wat hy winnen kan, en zvn maar groene kranzen, Of van een lauwer boom, of van een myrthen blad, En dit is zoo het fchynt, een wonder groote fehat. Maakt hy milTchien een vers dat geeftig fchynt te wezen jj Zoo word hy (naar het valt) by wylen eens geprezen; Maar dat is anders niet als flechts een fchrale wind, Daar van noit eenig menfch Zyn beurze zwaarder vind. Beziet Homerus zelfs, een Printje van de Dichters: Hy met zyn gantfche rot dat waren kale wichters: En wat is 't dat hy oit door ai zyn Kunit verwerf, t Als dat hy gantfeh berooit en als verlaten fterf. t Is waar dat zyn gedicht nog heden werd gelezen,

a/ 1s t0t zyner eer ais in dü lachc gerezen, Maar fchoon al leeft zyn naan^al is zyn eere groot* Het is voor hem alleen een zuipen na de dood. Zyn lof mag over zee in alle landen zweven, ' Maar daar en plag geen Wyf of Kinders af te leven:

En als een rype Maagd een Vryer krygen zou,' xrr , 2£ld die wazem niet, men wil een ryke Vrou, Wel pryft dan zoo je wilt dat nette pennen fchryven, wr d?c,noS evenwel en kan geen keuken ftyven.j ' Wat is 'er van den geeft en van zyu ..ooge vlugt? Men leeft niet van den wind of van de fchrale lu<t Men kan geen Hoofzemaagt, men kan geen fchone vrouMet eer, met lof-getuit, met dichten onderhouwen,f>en

De

Sluiten