is toegevoegd aan uw favorieten.

Ruth. in vier boeken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE BOEK. 7i

Kies dan uw vrij ver blij v, bij mijn getrouwe maagden, „ Aan wie uw minzaamheid en n-ijvre vlijt behaagden, „ Eet hier uw brood gerust, en, als gij dorst gevoelt, „ Drink vrij mijn velddrank, die 't verhitte bloed verkoelt!" Zoo fprak den braven, die mijn kloppend hart deedt gloeien, Niets dan een tedre traan kon 't dankend oog ontvloeien, Ik vond geen woorden,'k zag den Godsvriend fpraakloos aan Dan hij vertrok, zoo 't fcheên , gevoelig aangedaan. Nu werk ik vrolijk; 'k zie mij door al 't volk beminnen, 'k Vindt in der maagdenrei, mijn trouwe veldvriendinnen, 'k Zag vaak een maajer, ftil gewenkt door zijnen heer, Dan wierp hij achter zig, een hand vol halmen neêr. Wat heeft dien Boas toch tot zo veel gunst bewogen? Bewondrende Eerbied hielt Noömie opgetogen. Verftómt, door 't duidlijk merk van 't Eeuwig Albeftuur Ontvlamt haar boezem door een Godgeheiligd vuur „ ö Welk verhaal, mijn Ruth! vloeit van uw lieve lippen! „ Houdt moedons heil rolt aan, op wentelende flippen, „ Mijn Dochter!( zegt ze,)ik zie, in't opgeklaard verfcbiet, „ De vreugd voor mij bewaard, en 't eind van uw verdriet.

„ Mijn