Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELINGEN. tf

Vcrgeefsch plengt de oudermin een heeten traanenvloed, De moeder poogt vergeefsch haar kind uw magt te ontrukken 5

Terwijl haar blanke melk nog 't zuigend mondje Voedt, Blijft zij het Itervend aan d'bntroerden boezem drukken.

Daar werd de liefde en troost van 't bloeïendst huisgezin j De tcderfte echtgenoote en de allertrouwfte moeder, E' Aan 's aardrijks fchoot vertrouwd, ó zuivre menfchenmin! De rede zwijgt ontroerd, vrijmagcig Albehoeder!

Gij, die de moeder-zorg zelf aan natuur gebiedt s Het donzig vogeltje voor 't pluimloos jong doet waaked ^

Ach! waarom breekt ge een echt, die 't zaligst hdl geniet f En door 't beminlijkst kroost zijn zegen zag Volmaaken?

ó Graf! Waar huwlijksmin heur zaligheid beweent , Waar 't lief onnoozel wicht, met traantjes op de wangen $

Om moeders liefde fchreit, terwijl het koud gebeent' Gevoelloos fluimert, doof voor 't uitgeftrekt Verlangen ~

Deez' plaats, waar thans mijn' hand dit veld-viooltje pluki^ Bedekt een' jonge fchoone, in 'slevens lente-dagen,

Door gulle hoop geftreeld, uit 's bruigoms arm gerukt, Gelijk een jonge roos, door ftormen neêrgeflagsn$ B i

Sluiten