Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KARAVAAN UIT KAIRO, ENZ. 233

Aan gouden Ringen hangt dat vaandel dat wel eer Een' jaargen arbeid kostte aan Kairoos Kunftenaaren, En 't geen de Geestlijkheid zorgvuldig blijft bewaaren,

Tot dat het wederkomt bij 's Divans grooten Heer.

De Turksche vroomheid brengt een ander vaandel aan, Dat dan die plaats vervangt, het oude raakt aan flarden, Hier blijft het bijgeloof in dwaalingen volharden,

De Pelgrim moet zijn hand aan 't heilig kunstftuk flaan.

Elk fcheurt een lap 'er af, en blinde Eenvouwigheid Acht zich met zulk een'fchat, het toppunt haarer wenfchen, Gelukkiger dan ooit den Rijkften aller menfchen,

't Gehavend overfchot is voor 's Lands Majefteit.

't Vierkantig klein gebouw, omringd van grof gefchut, Aan ijzren keetnen vast, word naar de wijs' dier Landen Verlicht do >r Lampen die bij dag en nachten branden,

Hier roemt de Prediker op Hagars egte Put.

P 5 Hier

Sluiten