is toegevoegd aan uw favorieten.

De gelykenis der wyze en dwaaze maagden, uit Matth. XXV: 1-13. verklaard en toegepast.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258 Vierde Predikatie^

gaan, ik zocht hem, maar ik vondt hem niet, ik riep hem, ^oc/^ hy andwoordde my niet Hoogl. V: 2—6. Dost dan toch open, vrienden van jefus, zoo haaft gy kondt, en zegt in waarheid": kom *n gy ^zegende, waarom zoudt gy huiten paan? Gen. XXV: 31.

3. Trouwens leevt gy reeds in de hope van met hem ter Bruilovt te zullen ingaan, 't zy u dan hier reeds goed, geduurig naby Jefus te wezen. Verzaakt alle gczelfchappen daar Jefus niet te vinden is. Verdoemt alle begcerlykheid, die de minfte vervremding van Jefus zoude veroorzaaken. Acht alle tyd verloren, die gy niet met Jefus hebt doorgebragt. Met Jefus heeft men reeds een Hemel op aarde. Toont daarom het mcefte behagen te hebben, om van het ligchaam verloft te worden, en by den Heere in te wonen. Bereidet hem ook daar töe in uwe harten eenen aangenamen maaltyd van Chriftelyke deugden , en tracht zoo te konnen zeggen met de Biuidkerk: de dudaim geven reuk, en aan onze deuren zyn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude, 0 myn lievfte, die heb ik voor u weggelegd Hoogl. VJI: 13. — Hier in doch zyn de kinderen Gods, en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelyk die de rechtvaerdigheid niet doet, maar alleenlyk met den monde zegt: Heere, Heere, die is niet uit God 1 Joa. III: 10, want wie weet goed te doen, en niet doet, dienis bet zonde Jac. IV: 17, maar indien gy deeze dingen weet, zalig zyt gy, zoo gy dezelve doet Joa. XIII: 17.

4. Ziet gy ondertuflehen ook noch zwaare tyden te gernoet, of denkt gy, dat ons reeds in deeze dagen eenig bekommerlyk gevaar over het hoofd hangt, gaat benen, gy zachtmoedige des lands, gaat in uwe binnen ft e hameren , en fluit

uwe