Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SENECA. «7 Seneca.

'k Ben waarlyk met haar deugd en rome's volk bewoogen.

Pompeja tegen Polybius.

1 Hy heeft op Nero's hart in 't minfte geen vermoogen. iDatmonfteri die tyran en rustelooze geest, I Heeft om Octavia! heel rome niet gevreesd, iEnwieblyftborgdathymyn'man nog zou verfchoonen, Die hem op 't pad der deugd zo dikwerf zogc te troonen. ■Hy haat hem als de pest; Daar hy zyn plicht vertreed, Haat hy, om dat myn man hem zyn gedrag verweet. Bedenk eenswelk een laft dat dan het eind'zou draagen, Wyl Seneca zyn raad, geen'Nero kan behaagen. Neen, neen, Polybius! men gun hetgryzen hoofd Dat zig in rome's dienft, als raad, heeft afgefloofd, Omheind van eenen drom van uitgeftaane rampen, Waar meê zyn matte ziel aanhoudend had te kampen, Nu eindelyk de rust, en gun dat fteeds myn hart, Aan Seneca getrouw, bevryd blyv voor die fmart, Wylmy dien zwaaren laft,een bron van duizend kwaaleti. Voor mynen avondftond, het hoofd zal onderhaalen. Oe rechten van de deugd, die Nero valfchlyk ment, Zyn tot aan't uiterfte eind'van rome's volkbekeuc. De Hemel zal de deugd.in al haar rechten fterken, £n Nero's ondergang, tot rome's vreugd, bewerken;

Sluiten