Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN PLEIDOOI. 33

Ach! zeide een oud ervaren man, Laat u, ö landman! niet misleiden door hun praaten, Want, inderdaad! twee advocaaten Zyn juist gelyk twee bladen van een fchaar': Zy fnyden, met geweld, wat tusfchen bei mag komen,

Maar nimmer fchaaden zy elkaêr: Door geen der pleiters word iets kwalyk ooit genomen. Hoe meer zy op elkander wocn, Hoe meer, ó landliên! 't om uw pitten is te doen. De duivel, fprak de boer, haal' dan all' de advocaaten. Men hang' my zo 'k my ooit op hen weêr zal verhaten. Hy ging hierop naar zyn' gebuur, En zei: Wy hebben vast het twisten al te duur: Kom, laat ons, bid ik, vrede maaien, En in 't vervolg het pleiten ftaaken. 't Geen zeer verftandig ftraks door beiden wierd gedaan, Schoon 't door zyn' advocaat elk lterk wierd aigeraên.

II. DEEL.

c

EEN

Sluiten