Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN KAl'éL, EEN SPIN, EN EEN SPREEUW. I?

Kwam eens met ongewoonen zwier, Maar bleef ftraks in de webben hangen,

Waarop de fnoode Arachne trad Langs een' der taaigeweefde draaden Van achter een der bloemenbladen, Waar zy zich ftil verborgen had: Gy zyt voor my tot fpys befchoren,

Dus fprak ze, en greep het diertjen aan: Wat kwaad heb ik u toch gedaan ? Liet zich 't kapelletje toen hooren: Geen kwaad, hernam de fpin, maar gy, De vlieg, de hommel, en de by Zyt allen door natuur gegeven Tot voedzel voor de fpin; opdat Gy dus door my zoud zyn gevat, Leerde ik reeds vroeg het kunstig wecven: Zy greep op nieuw het diertjen aan, Dat, om zich uit haar magt te ontdaan, En haare woede zich te ontrukken, Al fnorrend fpartlend keer op keer,

B 2 En

Sluiten