Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ie Geieurtenisfen in 1787 enz. voorgevallen. 21

ZEVENDE HOOFDSTUK.

§. 1. De Gemeentsmannen zullen vier achter een volgende jaaren fungeeren,

§. 2. en daar na twee jaaren moeten ftiliitten alvorens weder eligiebel te zyn,

§. 3. t'eiken jaare op den iften Mey zal een vierde gedeelte van dat Collegie af gaan, en door drie anderen worden opgevolgd. .

Op den 1 Mey 1788, zullen drie uit de eerfte twaalf, op den I Mey 1789 drie uit de negen overige, op den 1 Mey 1790 drie uit de zes refteerende, telkens by loting, en eindelyk op den 1 Mey 1791 de drie laatflen van de eerfte aanftelling, voords Ao. 1792. de drie oudften in functie, en zoo vervolgens t' eiken jaare, moeten aftreden.

§. 4. Wanneer een Gemeentsman in het laatfle half jaar zyner bediening komt te fterven of ontpoorterd te worden, of deszelfs plaats anderszins vacant te vallen, zal die plaats vacant blyven tot den volgenden Meydag.

§. 5. Edoch in gevalle zulks gebeurt in de eerfte drie jaaren, of in de eerfte helft van het vierde jaar, van deszelfs bediening, zal die plaats binnen zes weeken, na het vacant worden , moeten worden gefubpleerd op dezelfde wyze, als de jaarlykfche keuze der Gemeentslieden zal gefchieden.

g. 6. En zal de alzoo gefubpleerde Gemeentsman niet langer in functie blyven dan die geen, in wiens plaats hy is gefucce'deerd, nog zou hebben

land, en in alle zaaken, de Provincie of de Republiek ia 't algemeen concerneerende,a//eeu en privativelyk fungeeren , zonder dat eenig ander Collegie zich daar omtrent op eenige wyze zal mogen inmisceeren, dan alleen met fchriftelyXe verzoeken ®f voorftellen.

B3

Sluiten