Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ie Oeteurtenisfen in 1787 enz. voorgevallen, tï

ven, en te conferveeren, nu voortaan uit die han» 4en, welke van toen af daar toe niet neutraal genoeg meer waren, te nemen, en nieuwe Gemeentslieden te creëeren, om dat gene te verrichten, het welk de Vroedfchappen bevoorens tegen den Graav, of deszelfs Ambtenaars, gewoon en verplicht waren, doch nu tegen hen zeiven, als integreerende Leden van dat Collegie , het welk 's Graaven Perfoon en Rechten reprefenteert en uitoeffent, niet meer konden in het werk Hellen.

Dan,— myne Heeren! — dat uitftel, hoe lang ook begroeid, is geenszins eene derogatie van dat gedeelte der oude Confiitutie, welke vordert, dat het Volk zulke Gemeentslieden moet hebben tot toezienders tegen het misbruik, het welk door alle eeuwen gemaakt is en gemaakt zal worden,van het Oppergezag , in welke menfchelyke handen het zelve ook gefield zoude mogen zyn.

Uit het verwaarloozen van dat gedeelte onzer Confiitutie, zyn alle de Volksberoeringen gefproten, welke onze Republiek altyd in onrust gehouden hebben en nog houden.

Die bewegingen ontftonden altyd, en ontflaan nog, uit de voorkeuze, welke de eene Party gaf aan het Stadhouderlyk bewind, en de andere aan eene Staaten-Regeering, zonder Stadhouder; —» als men een Stadhouder had, voelde men het juk van hem en deszelvs Hovelingen, — als men 'er geen had, voelde men het juk van eenige weinige Familien, die alles met zoo veel onbefcheid beheerschten, dat veelen, die anders wel verder zouden gezien hebben, zich haasteden, om heul en troost te vinden in de herftelling van het Stadhouderschap,

Maar, — wat was het gevolg [niet enkel een verandering, maar een verdubbeling van het kwaad, dat men gehoopt had te ontgaan. — Niet enkel de Stadhouder, of deszelvs dienaars,deden van tyd tot tyd nieuwe ingrepen op de Rechten des Volks, — inaar ook veele dier Regenten , die tegen, het misbruik

Sluiten