Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TV7.

AFDELING.

Xf. LES.

214 KATECHISMUS

onderling in hunne bewyzen voor het toekomend leven verfchilien 5 maar (immers niet weinigen onder hen,) even als de vroegere Wysgeren, de verftandigften en meestgeöeffendcn onder het Heidendom, aangaarde deze Waarheid, twyffelen, en zig zelfs fchynen toeteleggen, om die, voor zig zeiven en anderen, door allerleije Tegenwerpingen en Spitsvondigheden te verdonkeren.

V. Heeft niet egter de Menigte onder meest alle Volkeren, fchoon buiten het ligt ener Goddelyke Openbaring in 't gemeen of ten aanzien van dit byzonder fruk, levende , zig aan het geloof in enen Toekomenden Staat vastgehouden?

A. De Gefchiedenis maakt dit ontwyffelbaar; dog het is even duidclyk, dat zy dit geloof en die verwagting geenzins verfchuldigd waren aan hare eigene redenkavelingen, of aan de ophelderingen der fchranderften en meestgeöeffenden, de Wysgeren namelykovermits dezen, genoegzaam allen, tot een toe, Socrates misfehien alleen uitgezonderd (wiens leer nogtans weinig opgang maakte) naauwlyks zigzelven tot een vast en gevestigd geloof in deze waarheid konden brengen. 'Er is veel meer reden, om die overtuiging en' verwagting, by het gros des Menschdoms, aan den invloed van zekere algemeen verfpreide vroegere ontdekkingen en Openbaringen van God, aan enigen, toctefchryven; fchoon dezelven of zeer onvol, komen en flaauw geweest, of allenskens -zeer verbasterd moeten geworden zyn. Dus geloofden de Joden in't algemeen, ene enkele

Ge-

Sluiten