Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Gebeurtenis/en in 1787 enz. voorgevallen. 33

ding of Rebellie, maar zoo als het zelve in der daad is, eene beweeringe tegen het geweld, ons aangedaan, door de voorftemmende Leden, en weinige Stedelyke Regenten , en dus door Leden, die wat het Staats» beftier betreft, met ons paralel zyn.

Zoo dat offchoon het eens de waarheid was, (als dooi- ons expresfelyk ontkend word) dat aan den Hove dezer Provincie, zelfs in dien ruimen en geextendeerden zin, zoudekunnen toegereekend worden het kennis neemen van zaaken, de Hoogheid en Heerlykkeid van den Lande, 200 wel als Rebelligheid aan* ga'inde betreffende, wy met onze Mede-Xeden van Staat, ons geenszins in die termen bevinden; als wy in het thands fublifteerend gefchil, en tot foutien van onze Rechten en Voorrechten, geene zoodaanige ordinatoire beveelen, onder wat benaming men dezelve ook zoude gelieven te doen voorkomen, van onze Mede-Leden, die met ons gelyk Haan, in onze byzondere Domeftieke hertelling te verwachten hebben; en het 'er dus niet op aankomt, wat Heeren Gedeputeerden, of wel de voorftemmende Leden op de voorfchreeven erroneufe en onwaare gronden, aan de kennisfe en judicatuure van den Hove zouden willen brengen, en daar uit als 't ware de detentie van den Pander als geweldaadig en onwettig te doen voorkomen; maar komt het 'er alleen op aan, wat ten dezen uit de grond en oirzaak, tusfchen ons, en de verdere Staats-Leden, de zaak in gefchil uitmaakt.

Wy vinden ons derhalven gedispenfeerd van het fchryven eener Deductie, tot betoog, in hoe verre het Hof in de voorfchreeven zaake al of niet competent is, ten aanzien van de Burgeren van Stad en Steden; als wy bovendien zeer wel weeten, dat in de overheerfchende tyden, toen Keizer Karel tegen zynen ééd aan, goeddacht Amersfoort herwonnen hebbende, in den jaare 15541 op te dringen een Ordonnantie op de Adminiftratie, zoo van de Politie als Juftitie, en daar by onder anderen, ten aanzien van de Adminiftratie van de Juftitie, B 4 uit

Sluiten