Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 31 )

„blijdfchsp; onze arme nabuuren vonden, zoo wel als de „nodtllitdende vreemdelingen, in ons liefderijke ontfermen„de vrienden Eiken avond keerde ik, over mij zei ven vol„daan, van den akker. Mijne lieve susanna ontving mij „dan met open armen, en de zegenende grijsaart wandelde „mij vol zachte blr.dfchap tegen. Ik werd vader, en nu bereikte ons geiuk den hoogften trap, een fchoone beminneM lijke zoon fpeelde uu aan den boezem der beminnelijkfle ,,moeder; ik gevoelde in jn aanzijn uitgebreid ,en ik genoot „eindloos nver, dan woorden kunnen uitdrukken. Nog baar„de sus anna mij eenen kleinen engel, en de Godheid was „getuige van onze zalige verrukkingen. Maar, e el hart! „ook dit geluk was aan de onbeftendigheid verbonden. Een „der ftrengfte winterfaizoenen begon plaats te maaken, voor ,, de jeugdige lente; de lang met ijs bevloerde beeken goif« „den weder door het veld; ook op gindfche groote rivier „zwierden weder de wimpels der koopvaardijschepen; de j, boomen begonden uittebotten , en het groeiend leeven „ fcheen over velden en weiden eenen groenen weerfchijn te ,, waasfemen , toen de fmeltende fneeuw op het hooge Al„pifche gebergte, den Aroom uir zijne oevers deed tree„ den , en hier . waar zijne bedding eug en hoog is, eenen „doodlijken watersnuod veroorzaakte. De ijslijkfte nacht bevlekte alles met zwarte duisternis; een fcürik wekkende nood„ ftorm huilde; dijken en dammen fpoelden weg; geene kracht, „geene wijsheid kon eenige hulp te vvege brengen, geheel de .,la?ge vlakte was met woedende golven bedekt; bet ijslijkst „gejammer der roenfehen vermengde zich niet het angftig „loeien, blaeten en briefchen van het ftervend vee, dat al „worlïelend verdronk , of onder de neerltortende ftallingen „verpletterd werd. L)e ontwortelde boomen, de daken der „wooningen, het huisraad, en de h.ilfltervenden, alles dreef „onder elkander Lang no£ hield onze wooning ftand; ik 1, was raadloos, en vlugtte . met miin jammerend huLgezin, „onzeker waar ik redding zoude vinden, van de eene plaats „naar de andere ; de vader van mijne susanna droeg „mijn zoontjen in beevende armen, terwijl ik mijne gade, „met haaren zuigeüt'ü, aan den dood zocht te ontrukken. „ Wij verkoozen ten laatllen het dak van ons nog ffcande „gebleeven huis; met meer dan menschlijke krachten „bragt ik mijne gade, en den bezwijkenden grijsaart, benepens mijne kinderen op het zelve. Hier verwachrten wij „den dood. De oude n n, door koude en regen verltiifd, „gaf, biddend om het behoud van zijne kinderen , den

■ »jong-

Sluiten