is toegevoegd aan je favorieten.

Reize naar de Oost-Indien en China in de jaaren 1774-1781.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■■Eerfte Afdeeling. 2i9

zig, wegens hunne afkomst,- die zy van hem rekenen, alle morgen in gebeden tot hem, en verrichten de plegtigheid van de Sandivcmé ter zyner eere.

Zyn hoogmoed bragt hem tot den val: hy maakte zigzelven diets dat hy zo groot was als Chiven , omdat hy het vermogen van te fcheppen hadt; en toen wilde hy den voorrang hebben boven Vichenou, welken hy zwaar beledigde: deeze wilde zig daar over wreeken, zoo dat 'er een fchrikkelyk gevegt tusfchen hen. ontftondt; de fterren vielen uit het firmament, de Andons (a) berfteden, en de aarde daverde. De Deverkels, van fchrik bevangen, fiooten hunne oogen, en gingen in de overmaat van hun lyden Devendren vinden , die hen naar den Caïlasson bragt; zy baden den Heere dat hy hen zoude onderfteunen, en God, in alle de zielen verfpreid, even als de

olie

wees, maar dat de feclen van deeze twee laatfte zig vereenigd hebbende, die van Brouma geheel uitroeiden, en zyne tempelen omverre wierpen, om haar te doen vergeeten.

f» De Andon is, volgens de Indiaanen, de zigtbaare wereld; hy beftaat uit eene Zon, eene Aarde, planeeten, en fterren ; alles is met eene ronde en zeer dikke fchaa! omringd. ' De Andons zyn ontelbaar, en op eikanderen geItapeld, ten naasten by gelyk wy eieren op elkanderes jouden leggen.