Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerfte Hoofdftuh

21

Japanneezen , en den Boudda der Chingaleezen.

Men leest in de Historie van China dat Foë over een klein land ten Westen van dat Ryk heerschte, dat hy eene Koningin ten huwelyk nam, dat hy een bywyf hadt van eene groote fchoonheid, en dat hy deeze twee tot godheden maakte, even als Vichenou twee Godinnen maakte van Latchimi en Boumidevi; dat hy, na veele invallen van de nabuurige volkeren ondergaan te hebben , zyn Ryk verliet om eene afgezonderde levenswys te omhelzen, en de zielsverhuizing predikte, welke hy uitgevonden hadt. Geduurende twaalf jaaren dat hy zyne leer in de omliggende Staaten verbreidde, lokte hy een groot getal leerlingen tot zig , die hem hielpen om zynen troon weder te beklimmen en de eindpaalen zynes Koningryks uittebreiden ; daar wordt ook bygevoegd dat hy zeer magtig wierdt, en eene talryke nakoomelingfchap gewac.

Deeze gefchiedenis verfchilt ia geene deelen van die van Rama. Om eene volmaakte kennis van den godsdienst der Indiërs te verkrygen, moest men te Suratte, in Bengale , en by de Maratten doen hetgeen ik op de Kust van Corpmandel gedaan heb, in dezelfde byzonderheden treeden. Als men dan alles wat van plaatslyke omftandigheden af hangt, daaruit fchiftte, zou men zig eindelyk een juist denkbeeld van de beginzelen en den eerdienst der Indifche volkeren kunnen vormen.

B 3 TWEE-

Sluiten