is toegevoegd aan uw favorieten.

Reize naar de Oost-Indien en China in de jaaren 1774-1781.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerfte Hoofdftuk.

225

te rygen : zy hebben eene andere denkbeeldige munt, welke men de Taële noemt; deeze geldt tien tnasfen, of zeven livrei en tien fols fransch geld; de masfe geldt tien condorins, de condor in tien cacAex, en de cache tien //arrfj. De ta'êle dient tot een grondflag van alle rekeningen.

De Chineezen zyn bedrieglyk, verwaand, onbefchoft en laaghartig; tien Europeaanen, flegts met ftokken gewapend, zouden duizend Chineezen op de vlugt jaagen, en dat zy ons geene vryheid altoos toeftaan is omdat zy hunner eigen zwakheid bewust zyn. Wy hebben ons te gretig getoond om handel met hun te dry ven, waarmede zy niet nagelaaten hebben hun voordeel te doen; de vrees daarenboven van zonder laading of levensmiddelen te zullen moeten vertrekken, doet de Europeaanen tot zelfs de eer hunner natie opofferen. Is het niet fchande voor de Engelfchen dat zy gedwongen zyn geweest een matroos omtekoopen om de chabouk in plaats van een Kapitein hunner fchepen te ontvangen, en zulks omdat het den laatften niet mogelyk geweest was het verbranden van eene Chineefche leb uit te verhinderen ? Is het ook niet fchandelyk voor de Franfche natie, dat een bediende van den Heer Rot, Supercarga van de Maatfchappy, drie jaaren gevangenis heeft moeten ondergaan in plaatze van zynen Heer, die daarenboven nog vier duizend piasters heeft moeten betaalen, omdat hy het ongeluk gehad hadt van onwillens een Chinees op de Jagt dood te fchieten? 11. Deel. P De