Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 37

ben myne oogen hem aanfchouwd. Zo ras hy onze liefde vernomen had, trok hy met zynen zoon naar het land; doch myn echtgenoot had het geluk hem te ontfnappen; hy kwam in de ftad, wy trouwden famen, cn begaven ous voort buiten de provintie Zestien jaren, zyn niet dan eene afwisfeling van rampen geweest.

FANNY.

En vader heeft nimmer aan hem gefchreven? LUCIA.

Ja, in het eerste jaar van ons huwelyk heeft hy verfcheiden malen de tederfie, de bewegelykde brieven gefchreven ; doch mylord heeft dezelvcn niet willen ontfangen, en ons, zo wy immer onder zyne oogen verfchenen, met het grwelykpt lot gedreigd. Bevreesd voor vervolging, veranderden wy terftond van woonplaats, en fints dien tyd hebben wy niets van hem vernomen. Eindelyk, uw brave vader, afgemat door elende en droefenis, als by voorgevoel zyn einde voelen'e naderen , begeerde Londen voor het laatst noch eens weêr te zien, om zo het mogelyk ware , iets van mylord te ontdekken, en ons in zyne genegenheid te berdellen. Doch gy weet, lieve Fanny' dat hy, kort na onze aankomst, krank wierd , en dat de dood my den dierbaarden echtgenoot en u den liefderykden vader ontroofd heeft.

FANNY.

Denkt gy dat hy ons geheel verdooten zal ? Waartoe zou hy dan moeite doen om ons op te fporen ? indien C 3 hy

Sluiten