Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38 DE JONGE WALBURG,

thomas, ter zyde. Het is ais of alle de razernyen op my aanvallen, en my verfeheuren!

saartje.

En dat zusje wist zich zo fyn te houên, zo fyn! och, het was de onnoozelheid zelve, en daardoor heeft zy den jongen Walburg bedrogen, wint dat was een vrome lobbes, die van niemant kwaad dacht. Hy was door dat fchepfel zo betooverd,dat hy zich eens met een pistool wou doodfchieten, omdat hy haar niet kon krygen; maar de keukenmeid, die al eenige fuspiQe had, belette het noch in tyds, evenwel...

thomas.

Al genoeg! vaar niet voort met twee achtingwaardige gelieven door uwe vervloekte lastertaal te omeeren.

saartje.

Wel, daar zal my de hemel, hoop ik, voor bewaren , dat ik iemant in zyne eer zo moedwillig zou :e kort doen.

t h o m a s.

Ik ken den jongen Walburg, en ook haar, aan welke hy zich heeft verbonden. Zy is een engel, myne Julia gelyk, en hy een jongeling, waarin hei fynftc gevoel zich met den kieschften fmaak vereent, 4ie den moed gehad heeft, zich boven het laag

veor*

Sluiten