Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 36 X

BE GRAAVIN VAN II O II EN REEG.

En zeker zou julie ook zottin genoeg zijn, om zich te verbeelden , dat zij daar toe verpligt was. Neen neen... ik ben regt blijde, mijn lieve kolditz! dat het mij ingevallen is , om haar aan u te geven.

DE BARON VAN KOLDITZ.

En ik zal zeer wel w eeten te zorgen, Mevrouw de Graavin.' dat gij u over dezen inval nooit beklaagen kunt.

DE GRAAVIN VAN IIOHENBERO.

Daar van ben ik alree ten vollen overtuigd. Ik heb de menfehen Jeeren kennen , en weet zeer wei, aan wien ik haar toevertrouwe. Het meisje is wezenlijk nog niets anders, dan een kind; doch gij zult 'er wel een mensch van maaken; daar van houde !k mij verzekerd. Wij moeten flegts eeduld hebben. Mijn broeder heeft, wel is waar? hier rog veel tegen; hij is nog flerk voor uwen Neef! doch ik zal dit we! adders maaken.

DE BARON VAN KOLDITZ.

Ja ... ja ... gij zult llw broeder wel tot rede brengen.

DE GRAAVIN VANHOHENBERG.

Doch dit zal gansch met naar den zin van mevr o u w van elsing wezen. Doch apropos- weet gij wel dat zij vertrekt — uwe aangebeden mevr o u w van l- l s i n G ? - Zij wü nog dezen avond oaar de had rijden.

D I

Sluiten