Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 De GRAAF van OLSBACH,

De Graaf. Ik ben . wijl 'k uw verkwisting haat, Dus uwen vrind niet? Hoor Baron! al uw vermogen Zou, minder dan één jaar, een onderhoud gedoogen Naar uwen ftaat; uw geld behoudtge, en niettemin Genietge een onderhoud,dat,fchoon niet naar uw' zin, Nochthans aan uw geboorte en rang kan evenaaren.

De Baron.

Heer Graaf,ik eisch zulks nietj'k zal mij ronduit verklaaren: Alleen mijn eigendom ! Mijn minderjaarigheid Is, als gij weet, voorbij.

De Graaf.

't Is zoo, gelijk gij zeit; k Moet, door toegeévendheid, dan uw verderf bewerken ? Ondankbere! Ach! kan 't zijn?...Hoe weinig kunrge merken Dat ik uw vrind ben; neen, gij kentme geenszins; gij, Voor wien 'k juist vaardig was, om alles....

De Ba ron.

Hoe! voor mij ?

De Graaf. Uw Vader was mijn vrind,die,in zijne uiterfte uuren, Aan mijne zorg vertrouwde, een' zwaaren post,'t beftuuren Van zijnen Zoon; hij zelfs heeft mij veel dienst gedaan; 't Is dus mijn waare plicht,ondanks uw vreemd beifaan Zelfs tegen uwen will", gelukkig U te maaken; Niet door verkwisting, niet door averechtfche zaaken, 't Waare onbezonnenheid dat ik mijn fchatten, die Ik wel gebruike maar ongaarn misbruiken zie, Tot uw gewis bederf deed dienen;.. wil mij hooren! 'k Heb een vrij waardiger geluk voor U befchooren!

Mijn Zuster Zij is fchoon en rijk.... bemin de deugd!,..

Zoo zal zij de uwe zijn.

De Baron, verwondert. Heer Graaf! De Graaf.

Nu?

De

Sluiten