is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneelwerken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NASPEL- *3

Wat toch is 't gantsche Stuk? wat dan een droeve preek! Wat kostte 't mü een werks, bij de eerste twee Bedrijven, Bij al dat naar gedroom, de flaap van t oog te wrijven, Maar hoe, gij fchijnt verftoort, wijl ik de waarherd meld? Schouwburg.

Gij fpreekt de waarheid? gij, daar wangunst u vertelt* Daar niets dan domme list, niets dan geveinsde treken, In uwe ziele woont, en uitblinkt in uw fpreeken. Daar...

Laster. Zagti'khebéén bewijs voor de echtheid mijner reên» 't Is waar, één tuigen is, indien gij 't ftreng neemt, geen. Maar Schouwburg! op dien Man, dien ik daarvoor durf noemen, Moogt gij, met alle recht, als uwen Helling roemen.

Schouwburg. Als mijnen Helling?

Laster.

Ja, als uwen braafïlen Zoon;

Als 't fteunzel uwer eer, den hoofdzuil van uw' throon, Hem, met wien 't vrije volk, zoo dra het hem moest derven, Ook tevens al zijn vreugd, en gij uw' roem zaagt fterven. Om wien uw grootseh Tooneel, wanneer hij niet verfchijnt.