Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T O O N E E L S P E L. 23

VAN DEN HEUVEL.

Ik heb nooit op eene publieke plaats gedan t — de heeren fledelingen maaken zich gaarne ten koste der landjonkers vrolijk.

VLASLAND.

Verkeerde fchaamte was fieeds het eenig gebrek, dat ik van mijnen jongen vriend kende.

MYNTJEN.

Dat is nog niet alles, vadertjen. Aan tafel zit ik naast hem, ik fchenk vlijtig voor hem in, en ben zeer vriendlijk jegens hem. Wie weet, of de wijn, ofwel mijne vriendlijkheid hem ziel en leven gaven; kortom, de flomme mijnheer van den Heuvel wordt fpraakzaam , en praat zoo verflandig, cn vertelt zoo belangrijk , dat ik bijnaèr vergat dat ik in den tempel der dwaesheid was. Maar o;i 's hemels wille , mijnheer ! waarom zijt ge anders zoo karig met uwe woorden ?

VAN DEN HEUVEL.

Om dat ik in groote gezelfchappen ligtüjk iets zots zeggej

MYNTJEN.

Wel- daarom heeft men immers juist groote gezeifchappcn , ten einde elk zijne zotternijen kunne opdisfchen. 't Geen in kleenere cirkels befeheidenheid is , zoude in de groote waereld Verkeerde Schaamte zijn ; ginds moet 't kleed B 4 uit-

Sluiten