Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. ig

Ik ken hem; d'achterdocht, eens meester van zijn zinnen, Laat zich door geene deugd, hoe fier ook, overwinnen. De listige Therefe is met zijn zwak bekend; En fchooa hij haar deez dag al van zijn hof verzendt, 'k Ren zeker dat haar list, door Murat aangedreeven, Haar fpoedig de oude magt op 's Konings hart zal geeven. 'k Beklaag Ophelia; haar kuifche zachte ziel, Die niets dan edelheid . dan trouw te beurte viel, Die, 't veinzen niet gewoon, de waarheid blijft betrachten, Is zeker veel te zwak om zich voor haar te wachten. Zij wordt, gewis, in 't eind ten prooi der dwinglandij, Ten waare een waardig vriend hier haarbefchenner zij; Een vriend die op de list van haar benijders waakte, En wiens verheven moed voor haar gerustheid blaakte.'

m a r c i v s. Wie meer dan gi), mijn Prins! befchut die waarde vrouw ? Gij, die haar' bloedvriend zijt?

elfrid.

Men twijffelt aan mijn trouw. Men waant dat de achting die de Koningin mij toonde, Een blijk van liefde waar, die 'e rijk, die Osman hoonde. Gij weet de bittre fmaad, haar onlangs aangedaan? Men wjam dat zij. voor mij haar egaê heeft verraén; En zou, als ik mij thans haar fchutsheer dorst verklaaren, Die ftap de rampen dezer edle niet verzwaaren?

m a r c i u s. Een edelmoedig man volgt altijd zijnen plicht;

Hij

Sluiten