is toegevoegd aan uw favorieten.

Eugenius, erfprins van Dalmatiën; tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ToS EUGENIUS, Uwe Godloze eerzucht heeft mij in een' toeffand gei bragt, uït welke ik mij niet weet te redden; heeft mij op ene glibberige levensbaan gevoerd, en mij wormen aan het hart gezet, die met giftige tanden aan den wortel van mijn leven knagen.

harduini.

Nicht! waartoe dit razen — welke grillen.»

agnese, bitterlijk wenende.

6, Ik was voorheen zo gelukkig - gij zijt de moordenaar van mijn heil, van mijn hoop. Mijne deugd liet mij des avonds gerust mijne oogen fluiten , en 's morgens vrolijk ontwaken —

harduini.

Waarachtig, een fchone deugd, zich in de armen van een onbekende woestaard te werpen.

agnese.

WasLudomiro voor God en de waereid mijne rechtmatige Echtgenoot niet? was ik niet zijne wettige vrouw? en thans bijna de Gemalin van een Vorst, dien ik niet beminnen kan.

harduini.

Offchoon gij hem niet bemind, zo verzeker u ten minften van uw toekomflig geluk.

AGNESE.

Zwijg van zulke vodllagen, of ik fpreek met u als uwe toekomftige Vorflin. Mijn hart duld geen dwang.

harduini, onderdanig. Welaan, genadige Vorflin] zo fpoede ik mij tot mij-

nen