Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£4 MERVAL, OF DE

jong, maer zeer treurig, over den dood van haer man , gelijk zij zeide j — dikwijls nam zij mij des avonds bij de hand; dan wees zij, met een traen in 't oog, ten Hemel, en leerde mij opmerkzaem wezen op de Herren, en dan zeide zij vaek, geheel aangedaen: „ daer, daer' mijne dochter! ziet gij het groote werk van Hem, die uw Vader is — blijf altijd der deugd getrouw, dan zal eens bij dien Vader uw leven onafgebroken voordduuren — ik zal niet lang meer op aerde of bij u zijn, maer dan zal ik bij Hem zijn, en voor u bidden " — Die goede moeder had het wel, zij leefde niet lang meer — toen ik bijna twaelf jaeren oud was , ftierf zij, zij heeft God voor mij gebeden, en Hij verhoorde haer. — Wij woonden in de nabijheid dezer wooning, waer van der Horst ook toen reeds zijn verblijf hield — Hij bezogt mijne moeder dikwijls — kort voor haer nerven, waren zij beide lang bij haer alleen, en toen zij eindelijk het leven haeren Schepper had wedergegeeven, namen zij mij met zich, lagen de weldaedige hand aen mijne opvoeding, en,fchoon zij zelfs van een anderen Godsdienst zijn dan mijne moeder, en ik geheel alleen op deze waereld overbleef, zij deeden mij de pligten van den protefanfchen Gods-' dienst leeren, en fpreeken mij van den hunnen weinig. heller ter zijde. Edel, recht edel! (overluid-) lieve Julia! willen wij onze neêrflagtige gemoederen met eene wandeling wat opbeuren ?

Sluiten