Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 19

Het arme kind ! wat bittre finart! Zy toont my zulk een teder hart! En ik ftort haar in ongenade!... Ach ! myn gade ! Wat deed gy toch ? Gy doet my zuchten! Ziedaar de vruchten Van uw bedrog. Zy mint met recht een' waardig' minnaar; Eén dag, één uur, en haar verwinnaar Had d'echt reeds aangegaan. Kind, was ooit lot verwoeder? 't Gedrag van uwe moeder Jaagt u dit onheil aan. Dees kleedrcn af te ftaan! Met my naar 't dorp te keeren! Daar boerenwerk te leeren! Daar fchapen gaê te (laan! Het arme kind! wat bittre finart! Zy toont my zulk een teder hart! En ik ftort haar in ongenade!... Ach! myn gade ! Wat deed gy toch? Cy doet my zuchten! Ziedaar de vruchten Van uw bedrog.

B 2 •tBlyft

Sluiten