Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 27

ORFISE.

Wel,. . alles.

DE GRAAF.

Zulk één woord geeft waarlyk my geen licht. 'kZ.il, denk ik, wel van hen wat meer omftandig hooren Waaruit de tweefpalt in hun harten is geboren. Uwe inborst is zeer goed: 'k verdenkuniet, datgy, Myn zuster, de oorzaak zyt van hunne kibblery?

ORFISE.

Behoed me, ó hemel 1

DE GRAAF.

Ik geloof u. Maar, 'k wil wedden, Dat gy niets hebt gedaan om hen daaruit te redden, Ol om te weeren dat de fcheiding voortgang heeft: Zofterk, myn zuster, zyt ge aan uw begrip verkleefd.

ORFISE.

'k Deed eer het tegendeel; ik der.k, en 'k zeg't hen beiden , Dat niets, in hun geval, ooit beter is dan fcheiden.

DE GR. AA F.

Daar ge alles moest beftaan wat hen hereenen kon l

ORFISE.

Dan wierd het erger, zo de twist ooit weêr begon.

DE GRAAF, fckielyk, en met veel vuur. Wel, zuster, 'k ftn verbaasd: gy leert me een nuuwe (telling. Men moet dan, heb ik't wél, naar uwe vonnisvelling, Het kwaad nooit wederihan . maarhouden't zelfs zeer vast, Omdat het anders licht hierna ons weêr verrast.

Is

Sluiten