Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 30 )

éénkoniftig hun ftand en caraaer, gevoelden.

§. 70.

Het is niet genoeg de natuur natcbootzen; de Kunst moet ook den nabootzer zoo in toom houden , dat hij ons alleen de fchoone natuur daarfielt , of haar, voor 't minste, door de nabootzing , fchooner maakt. Achïlles is in geenerlei opzigt een vergramden fcbooimeesier, die zijne jongens afrost.

i 71.

Het is te bedroeven, als middelmaattge Kunstenaars boos worden, als men hen niet voor voortreffelijke houdt; dit belet hen zulks te worden. Dat middenmaatig is , kan goed heeten, althans ilegt is het niet. Een middenmaatig Tooneelfpeeler heeft ook verdienste; hij verdient dus achting, dewijl zijn aanleg is om voortreffelijk te kunnen worden. Maar wat verdiend dan niet wel een voortreffelijk Kunstenaar in dit vak ? Meer dan men hem geeven kan.oj:, voor'tminst,ooit geeven zaL

§ 72.

Volgt, Tooneelfpeelers! volgt dien fchilder

Sluiten