Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T Q O N E E L S P r. L. 3^

amal De mode, myn kind, is een voarfpraak voor onze perionen, en wanneer men overtuigd is, haar noodig te hebben —•

piet. Neen, neen! uwe lieve oogen behoeven'deze torens en wimpels niet.

amal Wy zullen zien, van avond, als Maria my een kleed wil lecnen... 3

mar. Dat wil ik, en dan zult gy de befturing over onze vermaken op het herfstfeest hebben.

ernest. ó! Dat is goed.

mar. Gy zult my daardoor vrindfchap en weldadigheid bewyzen. Ik ben 'er niet toe in itaat.

amal. Gy hebt immers zorg noch verdriet? (Maria drukt haar met veel bet eekenis de hand)

piet. De hemel weet wat het is! Jk heb medelyden met haar. Voorheen, eer zy in de ftad is geweest, ;p/onf z7 over kluiten cn «ronken, maar federt niet. Men heeft haar boeken gegeven, nu leest zy, en weent • zy gaat met meer, zy kruipt; hare blozende wangen zyn weg; hare handen zyn koud, en wanneer men haar aanziet, dan fchreit zy.

ernest. Ja , ja, broeder heeft gelyk.

amal. (Tegen Maria.) Heeft hy? (Maria omhelst haar en weent.)

piet. Ziet gy , zo is zy altoos. Indien dat zo

gaf/ -ft<ïrft zy' vast en zeker' vóór haar' tyd. noor, Maria! zie my aan, ik weet wel dat gy fchreit maar zie my daaróm maar aan. Stel vertrouwen in dé juffrouw. Wanneer gy haar in de oogen ziet, moet gy openhartig zyn , want zy is goed. Help haar, lieve juffer. Myn zuster heeft een goed hart, en ik bemin

Schend" m°et he6n" Mag ik WGl UWG lieve hand amal. (Zy reikt hem hare hand.) Goede broeder! piet. (Kuscht hare hand?) Nu, fpreek gy met naar. Ik moet het een of ander na gaan zien; myn vader heeft een groote huishouding. Mag ik uwe hand 3 ja zo; ik heb ze reeds gekuscht. Nu fpreek gy met naar. Kom, Ernestina. (Zy vertrekken.}

C 4 TIE N-

Sluiten