is toegevoegd aan uw favorieten.

De herfstdag, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 103

piet. En wanneer ik ook Amalia niet mag hebben!

wann. Gy zyt een brave jonge.

piet. Ach, het helpt j*y immers toch niets! (Hy

1 *wann? Met is toch goed , wanneer men geen kinderen heeft. Naauwelyks ben ik een kwarrer uurs bier, of reeds, by ieder fchredc, zyn my de handen gebonden! (Hy opent de éeUr, dior welke te voren Leek,,er vertrokken is, en rue.pt:) Mynheer Van Lechner! Mynheer Van Lcchiler! (Lechner van tinnen.') ik kom! (Wanner gaat te rug.)

ZEVENTIENDE T O O N E E L.

wanner, van lechner, dan andries,

vervolgens pieter, van i uit en.

lechn. M en behandelt my onbetamelyk flecht. Wann. Men had den kortsten weg moeten inflaan. lechn. Kan ik vertrekken? wann. Aanftonds. Dit papier behoort u. lechn. Het huurkontrakt —

wann. En dc handteekening van Selbert word te rug

begeerd!

lechn. (Lagchende.) Goed , goed.

wann. Gy had den dank, voor den zegen, dien uwe akkers opleveren, kunnen medevieren, in plaats uat nu deze familie u verzoekt te vertrekken, om hun geluk met te Horen. ,

lechn. Heeft uw oude vrind u tot my gezonden, om my eene predikatie voor te prevelen ? Welaan , fpreek , ik zal luisteren., en dan vertrekken. Nu, doe uw' pligt.

wann. Dien doe ik. Wy fchieten met eikair.

lechn. Oude man !

wann. Met een jong hart. (Tweepistoolen te voorfchvn trekkende.) lechn. Gy wilt —

wann. De ladingen zyn gelyk, kies gy, en voort losbranden ! lechn. Bedenk toch, gy zyt —

G 4 WANN.